ECLI:NL:HR:2025:63

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
10 januari 2025
Zaaknummer
22/02743
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.C OpiumwetArt. 26.1 WWMArt. 36c SrArt. 36d SrArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging onttrekking aan het verkeer en vermindering gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het bezit van een grote hoeveelheid hennep en het voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie en pepperspray. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had onder meer besloten tot onttrekking aan het verkeer van een weegschaal, twee geldautomaten en een tas, en had een gevangenisstraf opgelegd.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover het de onttrekking aan het verkeer betrof en tot vermindering van de gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het deel van het arrest dat de onttrekking aan het verkeer betrof, omdat het bezit van de geldautomaten niet voldoende onderbouwd was als zijnde vatbaar voor onttrekking.

Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de gevangenisstraf met acht maanden. De straf werd verminderd tot zeven maanden en drie weken. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de onttrekking aan het verkeer en vermindert de gevangenisstraf tot zeven maanden en drie weken wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02743
Datum14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juli 2022, nummer 20-003091-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover daarin de onttrekking aan het verkeer is bevolen van een weegschaal, een tas en twee geldautomaten, en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat de inbeslaggenomen weegschaal, twee geldautomaten en een tas aan het verkeer onttrokken worden verklaard.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 10.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen weegschaal, geldautomaten en tas en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze zeven maanden en drie weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 januari 2025.