ECLI:NL:HR:2025:546
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake proceskostenvergoeding
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake een verzoek tot vergoeding van proceskosten behandelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de hofuitspraak. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om partijen te veroordelen in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 11 april 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en partijen worden niet in de proceskosten veroordeeld.