ECLI:NL:HR:2025:1949
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens niet voldoen aan vereisten griffierecht
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelastingen 2016.
De griffier van de Hoge Raad heeft voor twee cassatieprocedures griffierecht geheven. Belanghebbende stelde dat op grond van artikel 8:41, lid 3, Awb slechts eenmaal griffierecht verschuldigd is vanwege samenhang tussen de zaken. De Hoge Raad oordeelde dat niet is voldaan aan de vereisten van inhoudelijke en temporele samenhang en dat de beroepen niet zijn ingesteld met één beroepschrift.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat het beroep duidelijk niet kan slagen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 19 december 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet voldoen aan de vereisten voor een eenmalige heffing van griffierecht.