Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 14 maart 2025, betreffende het verzet tegen een eerdere uitspraak van 4 oktober 2024. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend en verzoeken tot wraking van belanghebbende zijn afgewezen.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en verklaart het beroep daarom zonder nadere motivering niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij en is op 31 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.