Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het verzoek
3.Beslissing
10 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Verzoeker heeft in het kader van een cassatieprocedure een wrakingsverzoek ingediend bij de Hoge Raad. Dit verzoek was gericht op het uitstellen van de uitspraak en het aanvechten van de onpartijdigheid van de rechters. De Hoge Raad heeft beoordeeld dat het wrakingsverzoek niet voldeed aan de wettelijke motiveringseis zoals gesteld in artikel 8:16 lid 2 Awb Pro. Het verzoek bevatte geen concrete feiten of omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de onpartijdigheid van de rechters zou kunnen worden geschaad.
Daarnaast is overwogen dat het verzoek niet specifiek gericht was tegen bepaalde leden van de Hoge Raad en dat het verzoek daardoor niet als een geldig wrakingsverzoek kan worden aangemerkt. De wrakingskamer heeft op grond van artikel 2.3.2 van het Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad besloten het verzoek zonder zitting buiten behandeling te laten.
De beslissing is genomen in overeenstemming met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin wordt aangegeven dat een wrakingsverzoek alleen in behandeling hoeft te worden genomen als het niet manifest ongegrond is. Het verzoek van verzoeker voldeed hier niet aan, waardoor het verzoek is afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een deugdelijke motivering.