Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
hij op 09 december 2017 te [plaats] , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, (de [a-straat] en de [b-straat] ), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat hij zeer, onvoorzichtig en onoplettend, met dat motorrijtuig
hij op 09 december 2017 te [plaats] , opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte, nadat de auto welke die [slachtoffer] bestuurde, was aangereden door de auto waarin verdachte zat en door die aanrijding met haar auto (op de zijkant met de bestuurderszijde aan de onderzijde) in een sloot, terecht was gekomen,
hij, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in [plaats] op de [b-straat] , op 09 december 2017 de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en schade was toegebracht.”
A: Toen was de ongeluk gebeurd. De auto draaide rondjes, ik weet het niet meer. Toen we stil stonden, zag ik getuigen. Ik stapte uit. ik haalde [betrokkene 1] eruit. Ik probeerde de deur open te doen, maar dat lukte niet. Ik ben daarna weggegaan. Ik hoorde politie aan komen. Ik ben in paniek weggegaan.
A: dat kan ik mij niet herinneren. Ik wilde een frontale botsing vermijden, ik wilde de auto niet raken.
V: Waar wilde je heen rijden?
A: Ik weet dan niet precies. Op dat moment dat ik de auto zag wilde ik die ontwijken, anders was ik rechtdoor gereden. Rechtdoor richting station Overvecht.
A: Wat ik al had gezegd, ik zag een auto en die wilde ik ontwijken.
A: Ik heb sowieso geremd, ik weet dat die knik er is. (..) Ik zag haar en wilde haar ontwijken maar dat lukte niet.
(...)
Hierna hebben wij samen met de brandweer het slachtoffer uit de auto gehaald. Na onderzoek bleek het slachtoffer te zijn genaamd: [slachtoffer] .
uit het proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, in samenhang bezien met foto 23 in het proces-verbaal van reconstructie blijkt immers dat verdachte de auto van [slachtoffer] met de voorkant van zijn auto heeft geraakt ter hoogte van het bestuurdersportier en dat de gehele linkerkant van de auto van [slachtoffer] – vlak voor de aanrijding – zichtbaar was door de voorruit van de auto van verdachte. Dit wordt naar het oordeel van het hof ook niet weerlegd door de resultaten van het door de verdediging overgelegde aanvullend onderzoek. Ook op het ‘filmpje links’ is de auto van het slachtoffer door de voorruit te zien, vlak voor de aanrijding. Het hof neemt daarbij net als de rechtbank mede in aanmerking dat de straatverlichting werkte ten tijde van het ongeval en uit niets – ook niet uit verklaringen van verdachte zelf – is gebleken dat verdachte geen goed zicht zou hebben gehad. Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte, ter onderbouwing van zijn ontkennende verklaring, meermaals gezegd dat de politieagenten tijdens het verhoor tegen hem gezegd hebben dat hij de auto niet kon hebben gezien. Het hof kan uit de processen-verbaal van verhoor echter niet afleiden dat de verbalisanten hebben gezegd dat verdachte de auto helemaal niet heeft kunnen zien. In ieder geval moet verdachte naar het oordeel van het hof de auto hebben waargenomen.
een boom had geraakt, is om voornoemde redenen ongeloofwaardig.
Verder heeft het hof vastgesteld dat het slachtoffer met haar auto in een naastgelegen sloot is terechtgekomen als gevolg van die botsing, waarbij haar auto op de linkerzijde in het water lag. De auto van de verdachte is voor de sloot tegen een boom tot stilstand gekomen. De verdachte is bijna direct na het ongeval uit zijn auto gestapt, heeft een vriend uit die auto bevrijd, heeft de hulpdiensten niet gebeld en heeft tegen een omstander op een intimiderende manier gezegd dat hij niet wilde dat de politie zou komen. De verdachte heeft niemand verteld over de andere auto waarmee hij in aanrijding was gekomen en is vervolgens rustig weggelopen, terwijl hij belde met een vriend om te vragen of hij ergens kon worden opgehaald. Op 20 december 2017 is het slachtoffer aan de gevolgen van de aanrijding – te weten (traumatische) hersenbeschadiging en longbeschadiging ten gevolge van (bijna) verdrinking – overleden.
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
11 februari 2025.