ECLI:NL:HR:2025:1262
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake AOW. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks een tweede aangetekende brief waarin belanghebbende de gelegenheid kreeg om een verklaring te geven voor het niet betalen, is het griffierecht niet voldaan en is geen reactie ontvangen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij en is op 12 september 2025 in het openbaar uitgesproken. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten voor de ontvankelijkheid van cassatieberoepen in bestuursrechtelijke zaken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.