Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in Marokko en geboren in 1956, heeft een AOW-pensioen toegekend gekregen met een korting van 96% op basis van huwelijkse tijdvakken. Zij was getrouwd met haar echtgenoot van 1995 tot 1997 en hertrouwde in 2000. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft vastgesteld dat alleen de periode van het eerste huwelijk als verzekerd tijdvak geldt voor de AOW.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellante tegen deze korting ongegrond verklaard, omdat zij zelf niet verzekerd was en er geen bewijs is van meer verzekerde tijdvakken dan aangenomen door de Svb. Appellante voerde aan dat het toegekende pensioen onvoldoende is om in haar behoeften te voorzien.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat appellante geen aanspraak kan maken op een groter AOW-pensioen dan reeds toegekend. De korting van 96% is daarom terecht en het hoger beroep wordt verworpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de korting van 96% op het AOW-pensioen wordt gehandhaafd.