ECLI:NL:HR:2025:1181
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Het ingediende beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 3 februari 2025 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen, een termijn die eindigde op 17 maart 2025.
Belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij en is openbaar uitgesproken op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.