ECLI:NL:HR:2024:855
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over box 3-heffing en ongerealiseerde koersverliezen
Belanghebbende voerde beroep in cassatie aan tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de box 3-heffing voor de jaren 2017 en 2018. De kern van het geschil betrof de vraag of ongerealiseerde koersverliezen bij de vaststelling van het werkelijke rendement in aanmerking moeten worden genomen.
Het Hof had rechtsherstel geboden door het werkelijke rendement te hanteren in plaats van het forfaitaire rendement, maar had het ongerealiseerde koersverlies van € 250 in 2018 buiten beschouwing gelaten. De Hoge Raad oordeelde dat dit onterecht was en dat het arrest niet in stand kon blijven voor zover het de aanslag over 2018 betrof.
De Inspecteur had na het arrest van het Hof de aanslag voor 2018 ambtshalve herzien en verminderd tot een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 822, lager dan het bedrag dat het Hof had vastgesteld minus het koersverlies. De Hoge Raad handhaafde deze herberekening en veroordeelde belanghebbende tot vergoeding van het griffierecht, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het Hofarrest voor het niet meenemen van ongerealiseerde koersverliezen en handhaaft de ambtshalve herberekende aanslag 2018.