Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
31 mei 2024.
Hoge Raad
In deze zaak hebben eiseressen cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag betreffende de rechtmatigheid van een conservatoir beslag in het kader van een ontnemingsmaatregel. De zaak betreft onder meer de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie en artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiseressen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en eiseressen veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van €3.057,-- vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door de raadsheren Sieburgh, Wattendorff en Schaafsma en in het openbaar uitgesproken door ter Heide.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir beslag wordt als rechtmatig bevestigd.