Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3.Beslissing
17 mei 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden na echtscheiding centraal, met name een verrekenbeding ten aanzien van de woning. De vrouw had cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, terwijl de man een incidenteel cassatieberoep had ingesteld. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep.
De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken, waaronder de beschikking van 18 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:946) en de beschikking van het hof van 2 maart 2023. De klachten van partijen konden niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep. De Hoge Raad heeft daarop het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep en bekrachtigt de beschikking van het hof.