ECLI:NL:HR:2024:719

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2024
Publicatiedatum
16 mei 2024
Zaaknummer
23/02169
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding met verrekenbeding woning

In deze zaak stond de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden na echtscheiding centraal, met name een verrekenbeding ten aanzien van de woning. De vrouw had cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, terwijl de man een incidenteel cassatieberoep had ingesteld. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep.

De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken, waaronder de beschikking van 18 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:946) en de beschikking van het hof van 2 maart 2023. De klachten van partijen konden niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep. De Hoge Raad heeft daarop het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep en bekrachtigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/02169
Datum17 mei 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de vrouw,
advocaat: C.G.A. van Stratum,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de man,
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn beschikking in de zaak 20/02219 (ECLI:NL:HR:2021:946) van 18 juni 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.298.304/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 maart 2023.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep tot verwerping.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het principale en het incidentele beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
17 mei 2024.