ECLI:NL:HR:2024:506

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
28 maart 2024
Zaaknummer
23/01442
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende gemotiveerde opheffing van beslag in witwaszaak

Het openbaar ministerie stelde cassatie in tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin het beslag op een auto, die in verband stond met een verdenking van witwassen, werd opgeheven. De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering zich niet langer verzette tegen opheffing van het beslag.

De Hoge Raad constateerde dat de rechtbank dit oordeel baseerde op een incompleet dossier en onvoldoende gemotiveerde overwegingen. Het openbaar ministerie voerde aan dat het strafrechtelijk onderzoek nog gaande was en dat de auto vermoedelijk het voorwerp van witwassen betrof. Ook was verbeurdverklaring in de strafzaak voorzien.

De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van de rechtbank niet voldeed aan de vereiste motiveringsnormen en vernietigde de beschikking. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Noord-Holland voor een nieuwe beoordeling van het beklag op basis van het volledige dossier.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot opheffing van beslag en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01442 B
Datum2 april 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 1 maart 2023, nummer RK 22/022473, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank “dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag”.
2.2
Het procesverloop, de door de klager en het openbaar ministerie ingenomen standpunten en het oordeel van de rechtbank zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2-2.10.
2.3
Gelet op de in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2-3.4 genoemde rechtspraak van de Hoge Raad en het daarin onder 3.6 en 3.7 besproken motiveringsgebrek in de beschikking van de rechtbank, slaagt het cassatiemiddel.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 april 2024.