ECLI:NL:HR:2024:161
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de klachten van de Staatssecretaris beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd en de Staatssecretaris is een griffierecht van €548 opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard.