Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 oktober 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoeker cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2023, waarin een geschil over de uitleg van de CAO en de toepasselijke opzegtermijn centraal stond.
Verzoeker betoogde dat het hof de CAO onjuist had uitgelegd, hetgeen gevolgen zou hebben voor de opzegtermijn in zijn arbeidsrelatie met HGO. HGO heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de klachten van verzoeker beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering te geven, omdat de beoordeling niet van belang is voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en verzoeker veroordeeld in de kosten van het geding, die nihil zijn vastgesteld. De beschikking is uitgesproken door de raadsheren in aanwezigheid van de vicepresident als voorzitter.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen zonder nadere motivering.