Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
3 september 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep door het hof Arnhem-Leeuwarden vrijgesproken van oplichting en mensenhandel, maar het hof stelde wel vast dat verdachte jonge vrouwen benaderde, hen misleidde met valse liefdesrelaties en hen liet afsluiten van telefoonabonnementen waar hij financieel van profiteerde, wat neerkwam op seksuele exploitatie en mensenhandel.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof over het 'bewegen tot' het aangaan van schulden door middel van een samenweefsel van verdichtsels onvoldoende gemotiveerd was, waardoor het middel slaagde en het arrest op dit punt vernietigd moest worden. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Ten aanzien van de bewezenverklaring van mensenhandel oordeelde de Hoge Raad dat het cassatiemiddel niet slaagde, omdat het hof een juiste rechtsopvatting hanteerde en de motivering voldoende was. De overige klachten werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest dus alleen deels en wees de zaak terug voor het deel van de oplichting en strafoplegging, met uitzondering van schadevergoedingsmaatregelen voor enkele benadeelden.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 3 september 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest deels wegens onvoldoende motivering van oplichting en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling; het cassatieberoep tegen mensenhandel wordt verworpen.