Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 juli 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Partijen zijn in 1996 op huwelijkse voorwaarden getrouwd en zijn huwelijk is in 2019 ontbonden. De vrouw heeft een B.V. opgericht waarin een deel van het vermogen is ondergebracht. In het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden vordert de man de helft van de nettowaarde van de onderneming.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw 50% van de opgepotte winsten aan de man moet voldoen. Het hof vernietigde dit en bepaalde dat de vrouw € 1.345.771 aan de man moet betalen, gebaseerd op de waarde van de aandelen in de B.V. Het hof overwoog dat de waarde van de aandelen moet worden verrekend en dat de vrouw de broodwinning moet kunnen behouden zonder de onderneming te staken.
Het hof volgde een deskundigenadvies dat de B.V. € 140.000 netto aan dividend kan uitkeren en € 850.000 kan lenen aan de vrouw. Daarnaast kan de vrouw haar privévermogen, waaronder de voormalige echtelijke woning, inzetten om aan de betalingsverplichting te voldoen zonder de onderneming te schaden.
De vrouw stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof over de financierbaarheid van de aanspraak. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het deskundigenadvies onjuist heeft geïnterpreteerd en dat nader onderzoek nodig is naar de financieringsmogelijkheden van de vrouw. Ook is het privévermogen niet per definitie buiten beschouwing te laten, maar moet dit afhangen van redelijkheid en billijkheid.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2023 en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de financierbaarheid van de verrekeningsaanspraak.