ECLI:NL:HR:2023:895
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging erfgenamen
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie beoordeeld dat was ingesteld door een partij die inmiddels is overleden. De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht om binnen vier weken een verklaring van erfrecht en een door alle erfgenamen getekende volmacht of een verklaring van de executeur-testamentair te overleggen. Deze documenten waren noodzakelijk om de bevoegdheid tot het instellen van het beroep te bevestigen.
De brief van de Hoge Raad aan de indiener werd eerst aangetekend verzonden, maar wegens onbestelbaarheid teruggezonden. Na adresverificatie werd de brief per gewone post opnieuw verzonden. Desondanks heeft de indiener niet voldaan aan het verzoek om de benodigde machtiging of verklaring te overleggen.
De Hoge Raad concludeert daarom dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te stellen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 9 juni 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging of verklaring van alle erfgenamen.