Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:857

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2023
Publicatiedatum
5 juni 2023
Zaaknummer
21/02765
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk voordeel uit hennepteelt en drugstransporten

De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugstransporten en hennepteelt.

Het hof had vastgesteld dat betrokkene wederrechtelijk voordeel had genoten van bedragen tussen €150.000 en €629.000. Het Openbaar Ministerie was ontvankelijk in hoger beroep ondanks een tardieve appelschriftuur. De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene over de bewijsvoering en ontvankelijkheid beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtseenheid oproepen, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02765 P
Datum27 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2021, nummer 23-000367-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 juni 2023.