Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Door huurder aan te brengen veranderingen en toevoegingen
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
2 juni 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurster over de uitleg van een vaststellingsovereenkomst die is gesloten ter afwikkeling van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte. De kern van het geschil is de vergoeding van waardevermeerdering van het gehuurde door door de huurder aangebrachte veranderingen.
Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarin werd bepaald dat twee onafhankelijke taxateurs een bindend advies zouden geven over de waardevermeerdering. De taxateurs stelden een bedrag vast, maar de verhuurder betwistte dit en stelde dat alleen de restwaarde na afschrijving vergoed zou moeten worden. Hij voerde ook aan dat het bindend advies vernietigd moest worden wegens schending van het hoor en wederhoor.
De rechtbank en het hof wezen de vordering van de huurster toe en verwierpen het beroep van de verhuurder. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat omstandigheden rondom de huurovereenkomst niet relevant zijn voor de uitleg van de vaststellingsovereenkomst. Tevens heeft het hof onvoldoende rekening gehouden met de verplichting van de taxateurs tot een onafhankelijke opstelling en het toepassen van hoor en wederhoor.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. De huurster wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.