Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
,(eventuele) diensten van (brand)beveiliging alsmede gebruik van materialen (zoals ballen en attributen).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de omzetbelasting die is opgelegd aan Stichting [X] over de periode januari tot en met september 2012. De stichting had een clubgebouw gebouwd op grond van de gemeente en stelde dit, samen met sportvelden, ter beschikking aan een voetbalvereniging en een stichting voor buitenschoolse sportopvang. De Inspecteur kwalificeerde deze terbeschikkingstelling als vrijgestelde verhuur van onroerende zaken en legde een naheffingsaanslag op wegens het niet in aanmerking nemen van een integratielevering.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de diensten van belanghebbende meer omvatten dan passieve verhuur, omdat zij verantwoordelijk is voor onderhoud, beheer en toezicht op afstand. Het hof vond dat het gebruik door de afnemers – voetbalvereniging en sport-BSO – niet beslissend is voor de kwalificatie van de prestatie.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het gebruik door de sport-BSO niet als sportbeoefening kwalificeert en dat daardoor de vrijstelling wel van toepassing zou zijn. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het al dan niet passieve karakter van verhuur afhangt van de aard van de handeling zelf, niet van het gebruik door de afnemer.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat sprake is van een dienst meer dan passieve verhuur en geen vrijstelling van omzetbelasting van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; de terbeschikkingstelling betreft een dienst meer dan passieve verhuur en is niet vrijgesteld van omzetbelasting.