Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om het cassatieberoep van een vennootschap onder firma (klaagster) tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het beslag op een bankrekening van de vennootschap handhaafde. Het beslag is gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen een vennoot, verdachte van grootschalige criminele handel in cryptotelefoons en gewoontewitwassen.
De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later het geld op de bankrekening zal verbeurd verklaren, mede gezien het vermoeden van betrokkenheid van de vennootschap bij het strafbare feit. Ook werd geoordeeld dat het beslag op de bankrekening, die op naam van de vennootschap staat, betrekking heeft op een door de vennoot verschuldigde geldboete of ontnemingsmaatregel.
De Hoge Raad bevestigt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en dat het oordeel van de rechtbank hierover niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. Hoewel het oordeel over de vatbaarheid van de bankrekening voor verhaal niet volledig gemotiveerd was, leidt dit niet tot cassatie omdat het belang van de vennootschap onvoldoende is om vernietiging en terugwijzing te rechtvaardigen.
Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen en het beslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de bankrekening blijft gehandhaafd.