ECLI:NL:HR:2023:710
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over verzet
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak gegrond werd verklaard. De rechtbank heeft echter tevens het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:55, lid 10, Awb.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van de Wet op de rechterlijke organisatie en de Algemene wet inzake rijksbelastingen alleen beroep in cassatie openstaat tegen een uitspraak van de rechtbank op verzet indien het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is verklaard. Tegen een uitspraak waarbij het verzet gegrond is verklaard, staat geen cassatieberoep open, ook niet indien tevens over de kosten is beslist.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk en gelast de griffier het beroepschrift en de processtukken door te zenden aan het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift wordt doorgezonden naar het gerechtshof.