ECLI:NL:HR:2023:593
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 5 juli 2022. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden van het beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen, onder meer met een nadere termijn tot 28 oktober 2022.
Ondanks deze kansen heeft belanghebbende het verzuim niet hersteld. Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president R.J. Koopman en raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage op 14 april 2023. Dit betekent dat de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand blijft en het cassatieberoep niet wordt behandeld op de inhoud.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.