ECLI:NL:HR:2023:569
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen omzetbelastingvrijstelling voor budgetbeheer door winstbeogende BV
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd aan belanghebbende, een besloten vennootschap die budgetbeheer en -advisering verricht binnen en buiten beschermingsbewindvoering en curatele.
De kern van het geschil is of deze diensten vrijgesteld zijn van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, letter f, van de Wet op de omzetbelasting 1968, in samenhang met het Uitvoeringsbesluit en de BTW-richtlijn 2006. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2023:460) en concludeert dat omdat belanghebbende een winstbeogende onderneming drijft, de diensten niet voor vrijstelling in aanmerking komen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee is de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank dat de diensten niet zijn vrijgesteld van omzetbelasting.