ECLI:NL:HR:2023:55
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd, maar het griffierecht is niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw aangeschreven met het verzoek om opgave van redenen voor het niet betalen van het griffierecht. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna adresverificatie plaatsvond en een gewone brief werd verzonden. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.