Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
24 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak hebben de curatoren in het faillissement van een Belgische vennootschap cassatieberoep ingesteld tegen arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betreft de uitleg en totstandkoming van een overeenkomst, waarbij toepassing is gegeven aan het Haviltex-criterium zoals neergelegd in artikel 3:33 en Pro 3:35 BW.
De Hoge Raad heeft de klachten van de curatoren beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de arresten. Gezien het ontbreken van vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een uitgebreide motivering niet vereist. Het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van de wederpartij behoeft daarom geen behandeling.
De Hoge Raad heeft het principale cassatieberoep verworpen en de curatoren veroordeeld in de kosten van het geding, waarbij een specificatie van verschotten en salaris is gegeven. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curatoren wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.