ECLI:NL:GHARL:2021:9836
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake onrechtmatige toe-eigening en schadevergoeding muziekcatalogus
In deze civiele procedure stond de onrechtmatige toe-eigening van een muziekcatalogus centraal, waarbij de curatoren in het faillissement van een Belgische vennootschap vorderden dat de geïntimeerden royalty’s zouden afdragen die zij ten onrechte ontvingen. Het hof nam het tussenarrest van 18 mei 2021 over en behandelde de standpunten van partijen over de grondslag en hoogte van de vordering.
De curatoren betoogden onder meer dat de vordering onduidelijk was, onjuist berekend en verjaard, en dat er recht bestond op vergoeding van kosten voor het beheer van de catalogus. Het hof verwierp deze verweren, onder verwijzing naar eerdere overwegingen dat geen sprake was van verjaring en dat de constructie rondom de catalogus was bedoeld om uitwinning door crediteuren te voorkomen. De vordering tot betaling van royalty’s werd als gegrond beschouwd, waarbij de curatoren onvoldoende onderbouwden waarom de berekening onjuist zou zijn.
Ook het verweer dat de royalty’s pas vanaf 1994 zouden zijn ontvangen werd afgewezen, omdat de overeenkomst duidelijk maakte dat verplichtingen vanaf 1 januari 1993 ingingen. Kosten die de curatoren in mindering wilden brengen werden niet aannemelijk gemaakt. Het hof concludeerde dat alle grieven faalden en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Roermond van 7 maart 2007.
De curatoren werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, met een specificatie van griffierecht, deskundigenkosten en advocatensalarissen. Het arrest werd op 19 oktober 2021 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst alle grieven van de curatoren af.