ECLI:NL:HR:2023:1485
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen verrekening Liechtensteinse socialezekerheidspremies met Nederlandse premie volksverzekeringen
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016. Het geschil betrof de vraag of in Liechtenstein betaalde socialezekerheidspremies verrekend konden worden met de in Nederland geheven premie volksverzekeringen.
De Hoge Raad heeft het vierde middel van belanghebbende beoordeeld, dat zich richtte op artikel 73 van Pro Verordening (EG) nr. 987/2009. Dit artikel regelt de wijze van toepassing van de coördinatie van socialezekerheidsstelsels binnen de EU en aangrenzende landen. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2023:1407) waarin is vastgesteld dat dit artikel geen grond biedt voor verrekening van Liechtensteinse premies met Nederlandse premies.
De overige klachten van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof zijn eveneens beoordeeld, maar leiden niet tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad ziet geen noodzaak om deze klachten nader te motiveren, omdat ze niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten slotte heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken op 27 oktober 2023 door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.