ECLI:NL:HR:2023:133
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over bewijsaanbod in belastingzaak gebruikelijk loon 2015
Belanghebbende was het niet eens met de door de Inspecteur vastgestelde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2015, waarbij een bedrag van €124.500 aan gebruikelijk loon was toegerekend voor werkzaamheden aan diverse vennootschappen. Belanghebbende stelde dat hij geen werkzaamheden had verricht en deed een bewijsaanbod om een getuige te horen ter bevestiging hiervan.
Het Gerechtshof Den Haag liet dit bewijsaanbod onbehandeld, wat aanleiding gaf tot cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het hof in beginsel volstaat met het bieden van gelegenheid tot uitvoering van het bewijsaanbod, bijvoorbeeld door in de uitnodiging te wijzen op het meenemen of oproepen van getuigen. Uit de stukken bleek dat belanghebbende een dergelijke uitnodiging had ontvangen en dat er geen omstandigheden waren die hem redelijkerwijs konden vrijwaren van het meenemen of oproepen van getuigen.
De overige klachten van belanghebbende werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het bewijsaanbod mocht onbehandeld blijven.