ECLI:NL:HR:2023:1126

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 augustus 2023
Publicatiedatum
24 augustus 2023
Zaaknummer
22/03822
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak erfgenamen

In deze zaak hebben de erfgenamen van een overledene cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag op het gebied van belastingrecht. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.

Op advies van de procureur-generaal heeft de Hoge Raad daarom gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, waardoor het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dit betekent dat het beroep niet wordt behandeld op de inhoudelijke gronden.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de erfgenamen op te leggen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenamen is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/03822
Datum25 augustus 2023
ARREST
in de zaak van
de ERFGENAMEN VAN [A] , gewoond hebbende te [Z]
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 25 augustus 2022, nrs. BK21/01178 en BK21/01179 [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2023.