Uitspraak
,en een door belanghebbende gedaan verzoek om vergoeding voor geleden immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij het Gerechtshof Amsterdam hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over een verzoek tot vergoeding van griffierechten, wettelijke rente, proceskosten en immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen het arrest van het hof beoordeeld. De middelen die belanghebbende heeft voorgesteld, konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand.
De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en is op 3 juni 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.