ECLI:NL:HR:2022:794

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 mei 2022
Publicatiedatum
27 mei 2022
Zaaknummer
21/03465
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een bestuursrechtelijke belastingzaak. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken.

De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakt daarom gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2022. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie in deze bestuursrechtelijke belastingzaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/03465
Datum27 mei 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door G. Veldhuisen,
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 juni 2021, nrs. 19/01695 tot en met 19/01698 [1] , op het door belanghebbende gedane verzoek om herziening van de uitspraak van het Hof van 21 december 2017 (nrs. 16/00137, 16/00139 tot en met 16/00141).

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2022.