ECLI:NL:HR:2022:765
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over hypotheekrenteaftrek na echtscheiding
Belanghebbende was gehuwd buiten gemeenschap van goederen en woonde met zijn ex-echtgenote in een woning die volledig eigendom was van de ex-echtgenote. In 2013 betaalde belanghebbende de volledige hypotheekrente, maar de Inspecteur corrigeerde de aftrek van de rente in de aanslag inkomstenbelasting.
Het hof oordeelde dat belanghebbende recht had op aftrek van de volledige betaalde hypotheekrente, waarbij de helft als eigenwoningrente en de andere helft als alimentatie werd aangemerkt. De Hoge Raad stelt echter dat de voorwaarde dat de woning aan de belastingplichtige ter beschikking moet staan op grond van eigendom ook geldt bij toepassing van de regeling voor gewezen partners.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor nader onderzoek naar de vraag of belanghebbende economisch mede-eigenaar was en of de betaalde rente als onderhoudsverplichting aftrekbaar is. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek.