ECLI:NL:HR:2022:740

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
19 mei 2022
Zaaknummer
20/04405
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 7 Wet politiegegevens
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele procedure over verschoningsrecht FIOD-ambtenaar

In deze zaak heeft verzoekster cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het hof in een civiele procedure waarin het verschoningsrecht van een FIOD-ambtenaar aan de orde was. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de kantonrechter en het gerechtshof die aan het geding voorafgingen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld, maar oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikking. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt verzoekster tot betaling van de kosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van € 2.702,34. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wattendorff.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/04405
Datum20 mei 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster] ,
woonplaats kiezende te Den Haag,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster] ,
advocaten: S.M. Kingma en G.C. Nieuwland,
tegen
1. BOX CONSULTANTS B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
2. BOULDER B.V.,
gevestigd te Hilvarenbeek,
3. [verweerder 3] ,
wonende te [woonplaats] , België,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Box Consultants c.s.,
advocaten: A.E.H. van der Voort Maarschalk en A.M. van Aerde.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beslissing in de zaak 5831765 \ EJ VERZ 17-222 van de kantonrechter te Eindhoven van 10 september 2019;
de beschikking in de zaak 200.269.551/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 september 2020.
[verzoekster] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Box Consultants c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [verzoekster] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Box Consultants c.s. begroot op € 902,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
20 mei 2022.