AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Prejudiciële beslissing over toepassing WOZ-waarde in woningwaarderingsstelsel bij onbekende of onjuiste WOZ-waarde
In deze prejudiciële procedure heeft de Hoge Raad zich gebogen over de vraag hoe het woningwaarderingsstelsel moet worden toegepast indien de WOZ-waarde van een gehuurde zelfstandige woning bij aanvang van de huurovereenkomst niet bekend is of geen goed beeld geeft van de waarde van het gehuurde. Dit speelde in een zaak waarbij Xior Rotsoord B.V. huurovereenkomsten sloot voor nieuwbouwstudentenwoningen waarvan de WOZ-waarde nog niet was vastgesteld.
De Hoge Raad verklaart dat de minimum WOZ-waarde die in het waarderingsstelsel is opgenomen, niet geschikt is als maatstaf in situaties waarin geen actuele of representatieve WOZ-waarde beschikbaar is. In die gevallen moet de relevante waarde van het gehuurde op objectieve en transparante wijze worden vastgesteld, bijvoorbeeld door aansluiting te zoeken bij WOZ-waarden van soortgelijke woningen, het aanhouden van de procedure in afwachting van een WOZ-beschikking, of het inschakelen van deskundigen.
Ook indien de verhuurder debet is aan het ontbreken van een WOZ-waarde, bijvoorbeeld door het niet tijdig aanvragen van een beschikking of het ontbreken van vergunningen, geldt dat de minimumwaarde niet toegepast moet worden. De redelijkheid van de huurprijs staat los van de handhaving van publiekrechtelijke voorschriften. De beslissing draagt bij aan een rechtvaardige huurprijsbeoordeling en bevordert investeringen en doorstroming op de woningmarkt.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat bij onbekende of niet-representatieve WOZ-waarden de minimum WOZ-waarde niet automatisch geldt en de waarde van het gehuurde op objectieve wijze moet worden vastgesteld.
Voetnoten
2.Zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.40.
3.Vgl. Kamerstukken II 1997/98, 26089, nr. 3, p. 47.
4.Besluit van 18 april 1979 tot uitvoering van de artikelen 7, eerste lid, 9, eerste lid, 10, vierde lid, 15, eerste en tweede lid, en 18, vierde lid, van de Huurprijzenwet woonruimte (Besluit huurprijzen woonruimte), Stb. 1979, 216, p. 19.
5.Besluit van 8 juli 2015 tot wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (aanpassing woningwaarderingsstelsel in verband met de introductie van de waarde op grond van de Wet waardering onroerende zaken), Stb. 2015, 290 (hierna: Aanpassingsbesluit).
6.Aanpassingsbesluit, p. 5-6.
7.Aanpassingsbesluit, p. 9.
8.Kamerstukken II 2003/04, 29612, nr. 3, p. 13.
9.Toelichting behorende bij bijlage I, onder A Bhw, onder 9.
10.Besluit van 27 september 2016 tot wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (aanpassing woningwaarderingsstelsel in verband met stimulering middensegment en renovatie), Stb. 2016, 344, p. 6-8.
11.Vgl. Aanpassingsbesluit, p. 11.