Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:569

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
13 april 2022
Zaaknummer
21/01448
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 453 SvArt. 157 SrArt. 231b SrArt. 4.3.2.2 Procesreglement HR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieberoep in brandstichtingszaak met misbruik persoonsgegevens

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor brandstichting in een woning en meermalig misbruik van identificerende persoonsgegevens. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij zijn advocaat schriftelijk cassatiemiddelen indiende. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

Tijdens de behandeling van het cassatieberoep trok de verdachte dit beroep in na de conclusie van de advocaat-generaal en de aanvang van de behandeling van het beroep volgens artikel 453 Sv Pro. De Hoge Raad besloot de zaak op het bestaande beroep af te doen conform het Procesreglement Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de ingediende klachten over het hofarrest en oordeelde dat deze niet tot vernietiging konden leiden. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten, hoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01448
Datum19 april 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 maart 2021, nummer 20-002868-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

1.1
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2
Het cassatieberoep is ingetrokken nadat de advocaat-generaal op de terechtzitting van de Hoge Raad van 8 maart 2022 zijn conclusie had genomen en dus na de aanvang van de behandeling van het beroep als bedoeld in artikel 453 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Op grond van artikel 4.3.2.2 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden zal de Hoge Raad de zaak op het bestaande beroep afdoen.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 april 2022.