ECLI:NL:HR:2022:484

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2022
Publicatiedatum
31 maart 2022
Zaaknummer
21/02058
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake legesheffing

Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 april 2021, dat het hoger beroep behandelde over de geheven leges, beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gezien het ontbreken van vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is op 1 april 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/02058
Datum1 april 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z], Canada (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 april 2021, nr. 20/00282 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nr. AWB/ROE 19/1960) betreffende van belanghebbende geheven leges.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.M. Vrolijk, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022.