Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
22 februari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van een gewelddadige woningoverval op een hoogbejaarde vrouw, met fatale afloop, en woninginbraak.
De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte over het opzet op medeplegen van het verrichte geweld, de toerekening van de dood van het slachtoffer, het bewijsminimum van art. 342.2 Sv (unus testis) met betrekking tot woninginbraak, en het gebruik van de adviesbevoegdheid bij tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en wijst het cassatieberoep af zonder nadere motivering, conform art. 81 lid 1 Wet Pro RO.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad en uitgesproken in openbare terechtzitting op 22 februari 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.