ECLI:NL:HR:2022:184
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak boetebeschikking
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin het verzet tegen een boetebeschikking werd afgewezen. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2022. Het beroep in cassatie is daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.