ECLI:NL:HR:2022:1830
Hoge Raad
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening arrest Hoge Raad inzake navorderingsaanslag erfbelasting
Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van het arrest van 6 augustus 2021, waarin het beroep in cassatie tegen een navorderingsaanslag erfbelasting ongegrond werd verklaard. Het verzoek was gebaseerd op een later verschenen arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 januari 2022.
De Hoge Raad beoordeelde dat herziening alleen mogelijk is indien feiten of omstandigheden die vóór het oorspronkelijke arrest plaatsvonden, en die bij belanghebbende niet bekend waren, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Het ingeroepen arrest van het Hof van Justitie betrof echter een latere gebeurtenis en kan daarom niet als grond voor herziening dienen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het nationale recht, dat geen herziening op basis van latere rechtspraak voorziet, niet in strijd is met het Unierecht. Het beginsel van gezag van gewijsde wordt door het nationale recht gerespecteerd zonder onredelijke belemmering van Unierechten.
Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 9 december 2022 door de raadsheren Feteris, Fierstra en van Eijsden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad wordt afgewezen.