ECLI:NL:HR:2022:1723

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2022
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
21/03723
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 1.2 SrArt. 289 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep poging tot moord in snackbar Amsterdam

In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot moord, gepleegd in 2019 door meerdere schoten te lossen in een snackbar te Amsterdam. Het gerechtshof Amsterdam had eerder een arrest gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde onder meer of het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in de vervolging gezien de termijn van indiening van het appelschrift, en of de wijziging van de regeling omtrent voorwaardelijke invrijheidstelling een wijziging van straf inhoudt in de zin van artikel 1.2 Sr. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad hoefde geen uitgebreide motivering te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, waardoor het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03723
Datum22 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 augustus 2021, nummer 23-002043-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben S. van den Akker, R.J. Baumgardt en P. van Dongen, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 november 2022.