ECLI:NL:HR:2022:1643

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
22/02409
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieMilitaire Ambtenarenwet 1931
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep

Belanghebbende, een militaire ambtenaar, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Deze uitspraak betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie geen wettelijke grondslag bestaat voor cassatie tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die betrekking hebben op militaire ambtenaren zoals bedoeld in de Militaire Ambtenarenwet 1931.

Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/02409
Datum11 november 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 maart 2022, nr. 21/3569 MAW [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 20/3842).

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als deze, die is gedaan ten aanzien van een militaire ambtenaar als bedoeld in de Militaire Ambtenarenwet 1931. Het beroep in cassatie moet daarom nietontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022.