Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
15 november 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak is bewezenverklaard dat de verdachte op 14 oktober 2017 te Rotterdam onder invloed van alcohol een voertuig bestuurde met een ademalcoholgehalte van 505 microgram per liter. De verdediging verzocht in hoger beroep om het horen van twee opsporingsambtenaren die het proces-verbaal van het ademanalyseonderzoek hadden opgesteld, om te verduidelijken welke uitslag van het ademanalyseapparaat is gebruikt voor de vaststelling van het alcoholgehalte.
Het hof wees dit verzoek af omdat het onvoldoende was onderbouwd en het verdedigingsbelang ontbrak. De Hoge Raad bevestigt deze afwijzing en herhaalt de motiveringsvereisten voor getuigenverzoeken zoals neergelegd in eerdere arresten (HR:2017:1015 en HR:2021:576). Het verzoek betrof niet het horen van getuigen over belastende verklaringen die al voor bewijs zijn gebruikt, maar het toetsen van de rechtmatigheid van het voorbereidend onderzoek.
De Hoge Raad stelt dat de verdediging onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het horen van de opsporingsambtenaren noodzakelijk is. Ook is geen sprake van een verzoek dat bijzondere kennis vereist. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk of onjuist. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot het horen van opsporingsambtenaren wordt afgewezen.