ECLI:NL:HR:2022:1396
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake inkomstenbelasting 2018
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 april 2022, waarin hoger beroep was ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2018.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Er is geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard. Het arrest is op 7 oktober 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.