In deze zaak hebben eisers cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een arbitraal vonnis was bevestigd. De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep is gevolgd.
Eisers zijn veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van €3.102,34. Het arrest is gewezen door de raadsheren Tanja-van den Broek, Sieburgh, ter Heide en uitgesproken door Wattendorff.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02555
Datum4 februari 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1], wonende te [woonplaats],
2. AMSTELBOATS B.V., gevestigd te Amsterdam,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
1. GEMEENTE AMSTERDAM, zetelende te Amsterdam,
2. STICHTING WATERNET, gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: de Gemeente c.s.,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het arrest in de zaak 200.245.164/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 mei 2020.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Gemeente c.s. toegelicht door haar advocaat, en mede door P.E. Ernste.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente c.s. begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.