ECLI:NL:HR:2022:1099
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2021, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012 en 2013 behandelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke zaak over navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en belastingrente, en bevestigt de rechtmatigheid van de eerdere beslissingen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard, waardoor het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand blijft.