ECLI:NL:HR:2022:1052

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2022
Publicatiedatum
7 juli 2022
Zaaknummer
22/01258
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over navorderingsaanslagen

Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam bezwaar gemaakt tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2006 tot en met 2015, alsmede tegen de daarbij opgelegde boetebeschikkingen en heffingsrente.

Na uitspraak van het hof heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven advies uit te brengen.

De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakt gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/01258
Datum8 juli 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 15 maart 2022, nrs. 20/00734 tot en met 20/00743 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 20/259 tot en met 20/268) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2006 tot en met 2015 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij opgelegde boetebeschikkingen en beschikkingen inzake heffingsrente respectievelijk belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2022.