ECLI:NL:HR:2021:944

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2021
Publicatiedatum
16 juni 2021
Zaaknummer
20/01827
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:611 BWArt. 7:658 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake arbeidsongeschiktheid door burn-out en schadevergoeding

De werknemer, woonachtig in Duitsland, stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een arbeidsrechtelijke kwestie over arbeidsongeschiktheid door burn-out en de toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 7:611 en Pro 7:658 BW.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de kantonrechter Almelo en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor het procesverloop in de feitelijke instanties. Na beoordeling van de klachten over de beschikking van het hof concludeert de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking.

De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de werknemer tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Urenco Nederland B.V., inclusief verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan.

De beschikking is gegeven door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Kroeze op 18 juni 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01827
Datum18 juni 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de werknemer],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de werknemer,
advocaat: K. Teuben,
tegen
URENCO NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Almelo,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de werkgeefster,
advocaat: A.C. van Schaick.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 7549162 EJ VERZ 19-46 van de kantonrechter te Almelo van 23 april 2019;
de beschikking in de zaak 200.262.937 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 maart 2020.
De werknemer heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De werkgeefster heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [de werknemer] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Urenco begroot op € 899,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de werknemer] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
18 juni 2021.