ECLI:NL:HR:2021:659
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over dwangsom wegens niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant afwees. Het geschil betrof de toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de grieven inhoudelijk te motiveren, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2021 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.